Door Jan Gratama in 1915 geïntroduceerde term voor de expressionistische stroming die een reactie is op het sobere Rationalisme. Het plastische gevelbeeld bepaalt in de Amsterdamse School het gebouwontwerp. Traditionele materialen als baksteen, dakpannen, riet en hout worden ingezet om deze nieuwe, expressieve, vormgeving te verwezenlijken. Er wordt voor de constructie al wel gebruik gemaakt van gewapend beton, maar dit materiaal is niet zichtbaar. Door deze nieuwe constructiemogelijkheden worden brede horizontale ramen mogelijk. De horizontale lijn is dan ook een van de belangrijkste kenmerken. De ramen hebben een kleine negge of liggen in het vlak van de gevel. Ook komt de paraboolvorm regelmatig voor. In de projecten worden vaak beeldhouwwerken van onder andere Hendrik van der Eijnde, Hildo Krop en Johan Polet (1894-1971) opgenomen. Een inspiratiebron die in de literatuur over de Amsterdamse School wordt genoemd is de architectuur uit de toenmalige kolonie Nederlands-Indië.
Een groot aantal Amsterdamse School architecten startte hun loopbaan bij het bureau van Eduard Cuypers (1859 - 1927). Michel de Klerk wordt als belagrijkste architect van de stroming beschouwd. Door zijn vroege overlijden en de economische recessie duurde de bloeiperiode van de Amsterdamse School niet erg lang.
Hoogtepunten van de stroming zijn de woongebouwen "Het Schip" en de "De Dageraad" in Amsterdam voor woningbouwverenigingen. De jaren er na werden vele duizenden woningen gerealiseerd voor particuliere opdrachtgevers in Oud Zuid en Plan West (omgeving Mercatorplein). Hier ontwierpen de architecten meestal alleen de gevels. De Dienst Publieke Werken in Amsterdam nam in 1917 Piet Kramer en Hildo Krop in dienst wat resulteerde in een reeks projecten voor de gemeente, voornamelijk bruggen. Behalve in Amsterdam zijn er ook in ondermeer Bergen (NH) en Groningen gebouwen in deze stijl verrezen. De Rijksgebouwendienst nam Amsterdamse School architecten in dienst wat zorgde voor een verdere verspreiding van de stroming over Nederland.
Wijdeveld besteedde veel aandacht aan de Amsterdamse School in het blad Wendingen, Maandblad voor Bouwen en Sieren, waarvan hij in de periode 1918-1925 hoofdredacteur was.
De architecten van de Amsterdamse School ontwierpen naast gebouwen echter ook meubels, interieurs en grafische werk, maar schreven niet veel. Mede hierdoor werden ze ook wel als individualistische kunstenaars gezien.
Architecten:
Michel de Klerk,
Pieter Lodewijk Kramer,
Pieter Lucas Marnette (1888-1948), Johan Melchior van der Mey (1878-1949), Cornelis Jonke Blaauw (1885-1947), Margaret Staal-Kropholler (1891-1966), Jan Frederik Staal (1879-1940), Guillaume Fréderic La Croix (1877-1923), Hendricus Theodorus Wijdeveld (1885-1987), Siebe Jan Bouma (1899-1959), Jan Boterenbrood (1886-1932), Cornelis Kruyswijk (1884-1935),
Bernd Tobia Boeyinga, Jacques Hurks (1890-1977), Dolf Eibink (1893-1975) en Jan Snellebrand (1891-1963).
Referentieprojecten
Literatuur
De Amsterdamse School - verbeelde idealen
Menno Jonker, Floris Leeuwenberg, Alice Roegholt - Museum Het Schip - 2011
|
De Amsterdamse School
M. Casciato - NAi Uitgevers - 1996
|
Amsterdamse School
Erik Mattie - Architectura & Natura Press - 1991
|
De Amsterdamse School
C.J.A.C. Peeters, H.L.C. Jaffé - Ons Amsterdam - 1973
|
Reageer op dit artikel